Twee-stap methode: reconstructie met tissue expander (TE), waarna een silliconenprothese

20140418 0404

De tissue expander ( “ballonnetje”) wordt onder de borstspier (Musculus Pectoralis) geplaatst, waarna deze wekelijks wordt gevuld met een zoutoplossing. De tissue expander wordt aangeprikt via de huid. Dit is over het algemeen niet pijnlijk. De eerste dag na het vullen ervaren de meeste vrouwen een wat drukkend gevoel wat later meestal weer afneemt. Afhankelijk van het gewenst formaat duurt dit proces enkele weken. Wanneer het gewenste formaat bereikt is wordt de tissue expander na drie of vier maanden vervangen door een siliconen prothese. Prothesen zijn er in verschillende maten. De laatste jaren is er veel discussie geweest over problemen die door het lekken van siliconen zouden worden veroorzaakt. In Nederland stelt de overheid zich vooralsnog op het standpunt dat het verband tussen inwendige siliconenprothesen en gezondheidsklachten wetenschappelijk niet duidelijk is aangetoond. Daarom is de toepassing van deze prothesen toegestaan.

Een tissue expander kan direct tijdens een amputatie ingebracht worden, maar ook uitgesteld vanaf ongeveer 6 maanden na amputatie en zelfs na jaren.

Tweestap methode met tissue  expander 1 - kopie

Tweestap methode met tissue  expander 2 - kopie
Het vullen van de tissue expander

Voordelen

  • Reconstructies met implantaten zijn technisch vrij eenvoudige procedures, waarvoor een beperkte operatietijd nodig is en die weinig complicaties met zich meebrengen.
  • Er zijn geen bijkomende littekens.
  • De opname duur is gemiddeld 2 tot 4 dagen.

Nadelen

  • Vooral een kapselcontractduur komt regelmatig voor. De prothese is immers een vreemd voorwerp, waardoor het lichaam het tracht in te kapselen. Wanneer dit kapsel stugger wordt en de prothese van vorm veranderd moet deze vervangen worden door een nieuwe prothese, er is geen garantie dat het probleem zich later niet opnieuw voordoet.
  • Randen van de prothese zullen altijd voelbaar zijn, de bedekking door de spier voorkomt dit ten dele.
  • Er is een grotere kans op infecties.
  • Het implantaat is onderhevig aan slijtage en moet één of meermaals vervangen worden, aanbevolen wordt na 15 jaar.
  • Het verouderingsproces van het implantaat verloopt anders dan dat van het lichaam, met een toenemende asymmetrie als gevolg.
  • De prothese evolueert niet mee met het gewicht van de patiënt.
  • Het esthetisch resultaat is anders dan een reconstructie met eigen weefsel, niet alleen qua uitzicht, maar ook qua gevoel en duurzaamheid