Ooglidcorrectie onderoogleden

Veel mensen hebben last van wallen onder de ogen. Vaak wordt dit veroorzaakt door het slap worden van de huid en spieren rondom het oog of door vet- en/of vochtophopingen onder het oog.

Ooglidwallen kunnen gecorrigeerd worden met behulp van plastische chirurgie. De medische term voor deze ingreep is blepharoplastiek van de onderoogleden.

Soms wordt deze ingreep gecombineerd met een bovenooglidcorrectie.

Een correctie van de onderoogleden is een ingreep die wat uitgebreider is dan correctie van de bovenoogleden. De operatie kan plaatsvinden onder algehele narcose (anesthesie) of plaatselijke verdoving. De operatie vindt het meest onder plaatselijke verdoving plaats. De plastisch chirurg bespreekt met patiënt van te voren welke vorm van verdoven het meest geschikt is of gewenst wordt.

Een ingreep onder plaatselijke verdoving gebeurt op de poliklinische operatiekamer (POK). U mag dan na een uur weer naar huis. Als patiënt een algehele narcose krijgt betreft dit een dagopname. Voor een algehele narcose dient patiënt nuchter te zijn.

Aandachtspunten voor de operatie

  • Als patiënt bloedverdunnende middelen gebruikt dient hiermee in overleg met de arts minstens één week voor de operatie te stoppen. Neem hiervoor op tijd contact op.
  • Roken wordt sterk afgeraden vanaf twee weken vóór tot twee weken na de operatie. Nicotine vergroot namelijk de kans op problemen bij de wondgenezing.
  • Bij algehele narcose mag patiënt 8 uur voor de operatie niet meer eten of drinken. Voor de operatie mogen ook geen pijnstillers (aspirine, naprosine e.d.) nemen. Mocht patiënt voor de operatie pijnstillers in willen nemen dan mag dit alleen paracetamol zijn en dit dient te worden vermeldt aan de chirurg. Andere pijnstillers kunnen het risico op bloedingen verhogen.
  • Patiënt mag op de dag van de operatie de oogleden niet insmeren of opmaken.
  • Na de operatie kan patiënt niet zelf autorijden. Regel dus van te voren vervoer naar huis.
  • Patiënt kan, om bloeduitstortingen te voorkomen, starten met Arnica D6 tabletjes.

Werkwijze

Bij de operatie wordt een snee gemaakt onder de oog ara van de onderoogleden met soms een uitbreiding naar de buitenste ooghoek. Daarna worden de huid en onderliggende spier opgetild en wordt overtollig verwijderd of verplaatst en wordt het huidoverschot verwijderd. De huid en onderliggende spierlaag wordt naar de zijkant toe wat strakker getrokken en vervolgens wordt in de huid gehecht. Vaak wordt alleen een pleister geplaatst op de buitenste ooghoek, daar op de onderoogleden net onder de wimpers de pleisters niet blijven plakken.
Soms kan de ingreep ook via de binnenkant van het onderooglid plaatsvinden. Het is ook van belang te vermelden dat kraaienpootjes en wallen bij de jukbeenderen tijdens een onderooglidcorrectie niet verwijderd kunnen worden. Na de operatie zijn de behandelde oogleden dik, blauw en gezwollen. Patiënten kunnen wel altijd gewoon zien. Er wordt soms een verband aangebracht.

Het verdient aanbeveling om na de operatie en enkele dagen erna de oogleden te koelen met koude, vochtige compressen, ijsbril (eyepad) of bevroren erwtjes. Bij koelmiddelen uit de vriezer moet patiënt eraan denken deze niet direct op het ooglid te plaatsen maar er een gaasje onder te leggen. Een vrieswond is net zo gevaarlijk als een brandwond. Het is ook verstandig om de eerste twee dagen rust te nemen. De pijn en zwelling worden daarmee tegengegaan. Een pijnstiller is dan vaak niet nodig.
Na 7 dagen worden de hechtingen verwijderd. Na de operatie mag wel worden gedoucht maar niet in de ogen worden gewreven. Laat eventueel aangebrachte pleisters zitten. Mochten deze eraf gaan dan is dit ook geen probleem. Vermijdt de eerste twee weken druk op het hoofd (niet voorover bukken en/of zwaar tillen of sporten). Tevens wordt het dragen van een zonnebril door veel patiënten als prettig ervaren.

Mogelijke complicaties en risico’s

Een onderooglidcorrectie heeft dezelfde algemene risico’s als een andere operatie zoals:

  • Risico’s van narcose (geldt alleen bij algehele narcose) zoals trombose
  • Nabloeding
  • Optreden van infectie
  • Stoornissen in de wondgenezing
  • Tijdelijke of blijvende gevoelsstoornissen van het geopereerde gebied (de onderoogleden)
  • Lelijke littekengenezing

Specifieke complicaties en risico’s

Soms komt na deze ingreep een meer dan normale lekkage van bloed voor. Dit is meestal niet ernstig. Er ontstaat een forse blauwe plek. Het duurt dan wel langer voordat het normale uiterlijk is hersteld. Een enkele keer blijft het bloed wat nadruppelen en kan een met vocht gevulde holte (epitheelcyste) ontstaan in het litteken. Dit komt zelden voor en kan operatief worden gecorrigeerd. Soms komt de binnenzijde van het ooglid na de operatie niet meer tegen de oogbol aan. Dit veroorzaakt tranenvloed en irritatie van het ooglid. Deze complicatie wordt ectropion genoemd. Meestal is dit van voorbijgaande aard en een enkele keer is echter een nieuwe operatie noodzakelijk. Dit is soms ook geïndiceerd als de oogleden niet helemaal symmetrisch zijn, de ooglidwal niet geheel is weggenomen of een nieuwe wal is ontstaan als gevolg van verdere verslapping van de huid en de spier rondom het oog.

Wanneer moet u contact opnemen?

Na de operatie zijn de oogleden gedurende enkele weken gezwollen en verkleurd. Licht nalekken van de wonden en verschil in zwelling en aspect van de oogleden in het begin is normaal. U hoeft hiervoor dus geen contact op te nemen.

In de volgende situatie is het belangrijk dat u contact opneemt.

Bij verminderd zicht van één of beide ogen. Als patiënt na de operatie koorts krijgt boven de 38,5° en de oogleden geheel of gedeeltelijk rood, warm en/of pijnlijk aanvoelen. Bij zwelling en pijn die niet reageert op pijnstillers. Bij een hevig bloedende operatiewond, bij toenemende roodheid en zwelling van het wondgebied.
Neem in deze gevallen contact met het secretariaat van uw plastisch chirurg en buiten kantooruren met de SEH.

Kosten

Een operatie ter correctie van de onderoogleden en de kosten van eventuele complicaties worden vrijwel nooit door de zorgverzekeraar vergoed. Het secretariaat van de behandelend plastisch chirurg informeren over de kosten.

Heeft u vragen na het lezen van deze informatie, stel deze dan gerust aan uw plastisch chirurg.